Verhaalen uyt den ouden doosch

Met zo'n grote familie kan het niet anders dan dat er een reeks sterke verhalen de ronde doet. Zo ook bij de Knijnen. Deze verhalen zijn in het verleden opgetekend door Aad Knijnenburg en Wim Minderman.

 

Anke de GoeyBij het zien van de foto van Anke, schoot mij een aardig voorval te binnen.
Anke zal zo ongeveer even oud geweest zijn als op de foto, toen ik haar een keer op zaterdag meenam om boodschappen te doen.
Bij de slager was het bijzonder druk en toen ik uiteindelijk de spulletjes had afgerekend en de winkel wilde verlaten, zei Anke met luide stem:
"Puh, bij mijn vader krijgen de kindertjes altijd een stukje worst!"

Het publiek lag in een deuk en slager Jansen gaf met een rood hoofd de kleine meid een flink stuk worst.

Aad

Natuurlijk gingen wij vroeger met Moederdag met de kinderen bij Oma op bezoek.
Moeder kreeg dan meestal een bos bloemen, maar soms een kop en schotel.
Als er dan later thee werd gedronken was het theeservies wel een bonte verzameling. Maar Moederdag was altijd heel gezellig.
Vooral als Oma bij het afscheid dochters en schoondochters een bosje lelietjes van
dalen uit haar eigen tuin meegaf.................

Een heerlijke herinnering.

Aad

Weer zo een gek verhaal. Zaterdag zaten we t.v. te kijken en toen was er eindelijk dat lang van te voren aangekondigde programma van die man die lepeltjes kon verbuigen zonder ze aan te raken. En  uurwerken kon laten lopen die al jaren stil stonden. Nou mijn interesse was zeer groot, gezien het feit dat ik na veel studie mezelf professioneel uurwerkmaker mocht noemen.

We hadden voor de grap een lepeltje op de t.v. gelegd, maar er gebeurde niks! Nu had ik op een vlooienmarkt eens een klokje gekocht dat er leuk uitzag, maar lopen, ho maar, geen beweging in te krijgen. Ik heb toen dat bewuste klokje op ongeveer 1 meter van de t.v. op de salontafel gezet. En wat schetst mijn verbazing.............het ding ging spontaan lopen. Nu na een aantal dagen loopt het nog steeds.

We hebben het programma verder afgekeken en waren eigenlijk stomverbaasd over wat er kan gebeuren zonder dat je er iets voor doet (zichtbaar althans). Er is tussen hemel en aarde meer dan we weten en dat is maar goed ook. Veel weten maakt immers niet gelukkig, zegt het spreekwoord!

Ik had vroeger thuis al het een ander meegemaakt als mijn vader het op zijn heupen kreeg. Dat was in zijn dagen ook een magiër; hij kon telepaten, hypnotiseren en andere mensen beinvloeden, zeer tot ergernis van de rooms-katholieke geestelijkheid. Een neef van mij die een hoge geestelijke functie bekleedde bij het bisdom en die wel eens bij ons over de vloer kwam vond het duivelswerk. Maar wij als jonge gasten lachten er om, niet wetende dat er zo'n enorme kracht achter school.

Toen mijn vader als jongeman in een pension in Sneek woonde vertelde zijn hospita s'middags aan tafel, terwijl ze zaten te eten, dat er op het station in Leeuwarden een jongen een reprimande kreeg van de stationschef omdat hij iets uitgevreten had! Die bewuste stationschef kwam op hem af en toen hij vlak bij was keek die jongen hem aan en de chef lag languit op het perron. Sterk verhaal vonden de kostgangers dat natuurlijk. Mijn vader zei toen dat hij dat ook wel zou kunnen. Waarop de kostbaas de historische woorden sprak: "Dat wil ik dan wel eens zien." Mijn vader keek hem aan, knikte met zijn hoofd en meneer Roorda (zo heette die man) lag languit in de kamer. Algehele hilariteit, maar mijn vader stond een half uur later met zijn koffertje op straat en kon naar een nieuw kosthuis gaan zoeken.

Jammer dat er toen anders over gedacht werd dan nu, want dan was die ouwe heer van mij schatrijk geworden. We hebben er vaak om gelachen, hij haalde wel eens trucs uit, maar dan was hij altijd goed moe na afloop en zei dat hij blij was dat hij er zijn brood niet mee hoefde te verdienen.

Ik vraag me wel eens af waarom hij alle uurwerken die hij ter reparatie kreeg aangeboden aan het lopen kreeg. Zo zie je maar; de wonderen zijn de wereld nog niet uit. De ouderen onder jullie hebben mijn vader wel gekend  en weten dus ook wel dat het geen verzinsel van mij is.

Ik heb hem wel eens gevraagd of hij het mij kon leren waarop hij steevast antwoordde dat zo iets niet mogelijk was.
Jammer want dan was ik nu misschien Willem Geller geweest, hahahahahahahahahah

Wim

Om wat sneller te kunnen verplaatsen kocht ik een motorrijwiel. N.S.U.Max.prachtmotor, je kwam overal in de kortste tijd.Iedereen bewonderde het vehilkel. Zo ook mijn "zwagertje" Bennie Knijn. Te pas en te onpas zat hij bij ons, zeer tot genoegen van z'n moeder, want dan wist ze waar hij uithing.

Vaak ging hij met mij mee achterop en dat was een feest voor hem. Op een goed moment (hij had me geholpen) vroeg hij ,"Willem mag ik eens een stukje rijden. "Hij had na tuurlijk al lang in de gaten hoe het een en ander werkte. Op een stille weg hebben we het geprobeerd. Ging gelijk goed. Ik had het idee dat hij al vaker zo iets geprobeerd had.

We gingen wel eens naar het voetballen in Amsterdam en op de grote weg vroeg hij dan steevast of hij een stuk mocht rijden. Ging altijd goed.
Met pinksteren kregen we bezoek van mijn vader met een oom uit Amsterdam. Ben kwam ook op de koffie en zat heerlijk op te scheppen dat hij zo goed kon motorrijden. Het vehikel stond voor op het trottoir en die oom zei dat hij dat dan wel eens wilde zien. Ik weigerde maar iedereen bleef aandringen. "Joh, laat dat joch nou eens laten zien wat hij kan." "Nou goed dan, maar alleen een blokje om, oké!" "1 blokje om Willem en dan weer terug." Goed afgesproken dus.

Nou vergeet het maar, hij zat op die motor als een ruiter te paard. Hij had de smaak te pakken, blokje om, vergeet het maar, de hele wijk door en wij maar wachten. We gingen naar buiten om te kijken of hij al aan kwam rijden,niet dus! Wat we wel zagen was een kraanwagen van de brandweer die aan het begin van onze straat kwam aanrijden. Wij met de schrik in ons hart er op af en ja hoor, daar stond Ben met de motor en......... de POLITIE.

Hij was opgevallen omdat hij gewoon in z'n windjack op het vehikel zat. Stoppen dus, "Mag ik je rijbewijs even zien", vroeg oom agent. Nou dat had hij dus niet. Motor in beslag genomen en die moest afgevoerd worden naar de politiekazerne. Ik kon soebatten en vragen wat ik wilde maar het hielp niet. Ja als ik verklaard had dat hij 'n joyryder was, maar dat wilde ik niet. De brandweermannen beloofden ons de motor voorzichtig te behandelen en zo zagen we hem in de verte verdwijnen. Toen de politieman vernam dat hij met mijn toestemming had gereden moesten we allebei mee naar het bureau. Daar hebben we een uur of 8 vastgezeten. Proces verbaal, kantonrechter, boete.

Ja ja, achteraf zeg je "Eigen schuld, dikke bult." De boete was 50 gulden en Ben had geen stuiver, dus dan weet je het wel.

Later hebben we nog maar eens om gelachen.

Wim

Vrij kort na de oorlog begon het dagelijkse leven weer zijn normale ritme weer terug te krijgen, we hadden weer eten en drinken. Alhoewel niet alles volop voorhanden was, waren we toch dik tevreden met wat er geboden werd. We konden weer vrij over straat, geen controles meer van vijandige figuren zoals duitse soldaten van de beruchte 'sicherheit' en niet te vergeten de landverradende N.S.B.-ers.

Zoals gezegd het normale dagelijse leven en daar hoorde natuurlijk ook het geestelijke leven bij. Op de Rembrandtkade no. 14 alwaar pa en ma Knijnenburg de grootste moeite hadden om voor 13 kinderen te zorgen,waren daar ook nog eens een paar 'kostgangers' bijgekomen; .o.a Piet de Goey uit Monster, Cor Bruens uit Voorburg, Max Westbroek uit Zeist en ondergetekende uit den Haag. Het was altijd een vrolijke boel. Ik beschouwde mezelf soms als de nummer 14 van het gezin, want in plaats van thuis te bivakkeren zat ik vrijwel iedere dag op de mooiste kade van Rijswijk. Als ik een shirt had gehad had ik op rug een grote 14 laten drukken. Later heeft ene Johan Cruyff dat geflikt en die kwam nooit in Rijswijk. Nummer 14; een magisch getal. Jongens, koop een staatslot met dat nummer op het eind en je zal zien eens heb je geluk, maar goed dit allemaal even terzijde.

Moeder Knijnenburg had het idee dat we met z'n allen naar de nachtmis moesten gaan. Goed idee en voor zover aanwezig gingen we accoord. Maar er waren maar weinig zitplaatsen en zodoende bemachtigde zij er maar één. En die was voor Max Westbroek, want die vertelde altijd dat hij maar 1 maal in z'n leven in een kerk was geweest en dat kwam omdat zijn pet naar binnen was gewaaid. Dus op naar de nachtmis. Ik weet het nog als de dag van gisteren; wij stonden her en der in de kerk, ja echt waar: staanplaatsen, en Max zat heerlijk op zijn gemak op een bank bij de biechtstoel. De sfeer was goed en warm, het orgel dreunde Gregoriaanse muziek, de kaarsen brandden volop en de geestelijkheid was feestelijk uitgedost.

We zongen allemaal uit volle borst en plotseling nadat het gezang was afgelopen riep Max naar mij, ik stond een meter of vijf van hem af, "Hé Willem, gezellige boel hier!" Dit was natuurlijk niet gebruikelijk, maar ja, hij had het
hart op de tong liggen op dat moment. Na de nachtmis togen we zoals dat heet naar de Rembrandtkade om te ontbijten. Mijn zwager Jan was niet meegegaan naar de kerk en sliep dus nog. Maar we zouden met z'n allen ontbijten en Jan moest gewekt worden. En weer was het Max die de oplossing wist; hij ging naar de keuken, nam een grote pan, gooide er een aantal lepels en vorken in en ging geruisloos naar boven. Vlak bij het bed van Jan schudde hij de pan met inhoud goed heen en weer en Jan was klaarwakker.

Wim