Verhaalen uyt den ouden doosch

Met zo'n grote familie kan het niet anders dan dat er een reeks sterke verhalen de ronde doet. Zo ook bij de Knijnen. Deze verhalen zijn in het verleden opgetekend door Aad Knijnenburg en Wim Minderman.

 

In 1946, de oorlog was maar net voorbij en er was nog gebrek aan van alles en nog wat, moest toch het zilveren huwelijksfeest gevierd worden. Er werd een zaaltje gehuurd bij Kuys Witsenburg, er werden sketches ingestudeerd, Cor Bruens zou met een bandje komen, kortom het feest kon beginnen. Buurvrouw Rie Verlaan werd ingeschakeld om de bar te runnen.

Ik vond dat ik als 14-jarige natuurlijk best een pilsje mocht drinken, alhoewel ik toch wel besefte, dat pa het niet zo zou zien zitten. Als Rie een pilsje voor me inschonk keek ik bij ieder slokje dus even of pa niet keek. Dat lukte, dacht ik, vrij aardig.

Een week of twee later zei pa:  "Jij houdt ook wel van een pilsje..., hoeveel heb je eigenlijk gedronken?"
"Een paar," antwoordde ik, niet helemaal gerust.
"Nou," zei pa, "Ik heb er precies zes geteld"
Hem nam je niet in de maling.

Aad

Op een morgen meldt zich bij Panagro (belast met de bouw van een houtopslagplaats in de Rijswijkse haven) broer Ben als leerlingtimmerman.
De voorman, die nieuwelingen altijd in de maling neemt, geeft Ben 10 gulden, met de opdracht een plintenladdertje te gaan kopen.
Aan het einde van de werkdag meldt Ben zich terug, uiteraard zonder plintenladdertje.

Als de voorman zijn tientje terugvraagt meldt Ben doodleuk: "Dat geld is opgegaan aan tram- en busgeld."

Aad

Klein behuisd als we waren gingen de kleinere kinderen op zaterdag in bad. En wel in een grote zinken teil. Als er een paar potige jongens in de buurt waren, werden de kinderen in de lege teil nog wel eens geschommeld.
"Dat zie ik jullie met mij niet zo gauw doen," zei Moeder. In een wip zat moeder toch echt in die teil en werd er flink geschommeld.
De arme ziel stond doodsangsten uit.

Aad

Met dertien kinderen valt het niet mee om ook nog tijd voor elkaar te hebben, maar zo af en toe kon het gebeuren dat pa en ma samen uit gingen. Zij hadden zich helemaal klaargemaakt en verheugd op een leuke avond.
Iets dat voor de achterblijvende kinderen uiteraard ook gold. Zoals gebruikelijk was het de bedoeling dat de 'ouderen' op de jongere broers en zussen paste. In de meeste gevallen was dat dan ook geen probleem, maar wie dacht een rustige avond te hebben kwam bedrogen uit. De reden voor de onrust: BEN!!

Om alle problemen voor te zijn, hadden Jan en Frans een goed idee. Zodra pa en ma de deur uit waren grepen zij de jonge Ben. Deze kreeg een touw onder zijn oksels (als een soort harnas), hij werd tegen de deur gezet, het touw werd over de deur gegooid en Ben omhoog getakeld. Het touw werd achter een haak vast geknoopt en daar hing de jonge dondersteen. Hij kon geen kant op. De overige broers en zusters konden zich opmaken voor een rustige avond.

Ma was echter iets vergeten en moest dan ook terug naar huis om het alsnog op te halen. Ook Ben hoorde zijn ouders aan komen lopen. In tegenstelling tot wat andere kinderen zouden doen in zo'n geval; het namelijk op een janken zetten, deed onze broer iets anders. Net voor het moment dat pa en ma binnen kwamen liet hij z'n hoofd hangen met z'n tong uit z'n mond; alsof hij opgehangen was.

Ma zag de kleine Ben als 'een dooie' aan de deur hangen. Zij schrok zich een hartverzakking.

Hoe de avond verder verlopen is, valt niet meer te herleiden uit de analen. Maar wij, de broers en zusters, zouden ons jonge broertje maar wat graag nogmaals aan de deur gehangen hebben, of wellicht met een flinke dot lijm achter het behang geplakt....

Aad

Ben moest in zijn carrière als voetballer ook wel eens in Duitsland voetballen. Samen met Wim (Minderman) toog hij over de grens om een balletje te trappen. Ze zaten niet in een spelers-hotel, maar sliepen wel bij de voorzitter (van de Duitse vereniging) thuis.

Er werd niet alleen gevoetbald, maar er was ook tijd voor ontspanning, in de vorm van "ein gemütliches zusammensein". Dat ging, uiteraard, op zijn duits, dus met de nodige hoeveelheid bier. Aan het eind van de avond gingen Ben, Wim en de voorzitter huiswaarts. Daar stelde de vriendelijk Duitser voor om nog een afzakker 'zu nehmen'. Ben en Wim konden zich hier wel in vinden.

Na er meerdere malen 'nog ééntje' genomen te hebben, kreeg de Duitser honger. Hij vroeg aan zijn gasten of zij ook iets wilde eten. Dat wilde zij wel. Hij liep naar de keuken, waar zijn vrouw de hele nacht al verbleef (maar zij kwam de kamer níet in, zal wel Duits gebruik zijn geweest). Het was niet goed te verstaan, maar het was duidelijk dat moeder de vrouw de opdracht had gekregen om voor eten te zorgen.

Na enkele minuten kwam er een schaal met gehaktballen de kamer in. De voorzitter begon smakelijk te eten en bood vanzelfsprekend zijn gasten ook een bal aan. Vol goede moed zetten zij hun tanden in de bal. Deze was echter iets anders dan dat zij gewend waren. Door deze bal zat knoflook en nog een aantal andere, niet nader gedefiniëerde, zaken. Voor het fatsoen aten zij de bal op.

De gastheer genoot zichtbaar van de ballen en bood, zoals het een goede gastheer betaamd, zijn gasten aan er toch vooral nog een te nemen. Een aanbod dat je uit beleefdheid niet kon afslaan.

Daar zaten Wim en Ben met een bal in de handen, waarvan zij beide wisten dat deze niet in hun maag zou belanden. Gelukkig hielp het bier een handje. De Duitser moest nodig naar de wc. Op het moment dat hij de kamer uit was pakte Ben een zakdoek en deed daar een aantal ballen in. Deze zakdoek verdween vervolgens weer in z'n broek. Toen de voorzitter de kamer in kwam, zaten Wim en Ben er bij alsof zij smakelijk hadden genoten van de ballen.

De volgende ochtend hadden zij vrij en ook de voorzitter was niet in de buurt omdat hij op z'n werk was. Wim en Ben maakten een wandeling door de buurt. Plotseling steekt Ben zijn hand in zijn broek. Hij besloot de gehaktballen vrij te laten in de natuur...

Wim